
Het salaris van een directeur-grootaandeelhouder (DGA) mag niet zomaar lager zijn dan dat van de best betaalde werknemer in de onderneming. Dat blijkt opnieuw uit een recente uitspraak van Rechtbank Den Haag.
Volgens de gebruikelijk-loonregeling moet een DGA een zakelijk salaris uit zijn bv ontvangen. In de wet is vastgelegd dat dit loon in beginsel minimaal gelijk is aan het hoogste van drie bedragen:
- het wettelijke normbedrag (in 2026 €58.000),
- het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
- het loon van de meestverdienende werknemer binnen de bv of een verbonden vennootschap.
In de betreffende zaak stelde de Belastingdienst het salaris van de DGA gelijk aan dat van de best betaalde werknemer. De rechtbank gaf de inspecteur gelijk: het is aan de bv om aannemelijk te maken dat een lager salaris gebruikelijk is. Omdat de bv dit onvoldoende onderbouwde, bleven de naheffingen en boetes in stand.
Voor ondernemers met personeel kan dit dus betekenen dat een stijgend salaris van een werknemer ook gevolgen heeft voor het salaris van de DGA. Dit speelt vooral bij groei: als je iemand aantrekt in een sleutelrol of lonen stijgen door schaarste, kan die vergelijking sneller verschuiven dan je misschien verwacht.
Het is daarom verstandig om het gebruikelijk loon periodiek te toetsen, bijvoorbeeld bij salarisrondes, het aannemen van senior personeel of wijzigingen in jouw rol als DGA.
Twijfel je of jouw DGA-loon nog past binnen de regels? Neem contact op, dan kijken we het samen na.